Welke kleur en letter een voedingsmiddel krijgt wordt bepaald door de samenstelling van het product. Pluspunten worden uitgedeeld voor eiwit, vezels, groente en fruit. En minpunten voor energiegehalte (kcal/kJ), suikers, verzadigd vet en zout. De optelsom van plussen en minnen bepaalt of een voedingsmiddel een A, B, C, D of E krijgt. Een donkergroene A staat voor de meest gezonde samenstelling, voedingsmiddelen met de minst gezonde samenstelling krijgen een rode E.
Tot dusver een goede zaak zou je zeggen. Maar toch is er een keerzijde aan dit verhaal. Nutri-Score weegt positieve en negatieve voedingsstoffen maar kijkt niet verder dan dat. Dat is ook meteen het probleem van dit algoritme. Onder de streep zijn veel keuzes onlogisch. Wat ook meespeelt is dat bij het uitdelen van de punten alleen wordt gekeken naar hoe het product zich verhoudt binnen z’n eigen productgroep. Als je bijvoorbeeld een zak chips koopt waarbij de producent gelet heeft op het zout of de suikers, dan kan die zomaar een hogere score krijgen dan bijvoorbeeld een pot sperziebonen. Als argeloze consument zou je hierdoor kunnen denken dat je dus beter die zak chips kunt eten dan een bord groenten…
Natuurlijk streven fabrikanten ernaar om hun voedingsmiddelen zo goed mogelijk uit de bus te laten komen. Een groene A verkoopt nu eenmaal beter dan een rode E. Maar om dat voor elkaar te krijgen, hoeven voedingsmiddelen niet per se gezonder te worden. In plaats van bijvoorbeeld het suikergehalte te verlagen, kan ook het eiwit- of vezelgehalte verhoogd worden.